Als u zelf uw tuin gaat aanleggen of renoveren is de eerste stap het nauwkeurig opmeten. Een plattegrond op schaal is onmisbaar, alleen als de tekening de juiste maten heeft, kunt u de verschillende onderdelen goed intekenen.

De maten zijn natuurlijk ook belangrijk om te kunnen uitrekenen hoeveel tegels, schuttingpalen of planten u nodig heeft. Het meten gaat het makkelijkst met z’n tweeën. Nodig: 

  • rolmaat
  • waterpas
  • rechte lat van zo’n drie meter lang
  • paar rechte stokken
  • bos korte stokjes of piketpaaltjes
  • bol touw

Perceel meten

Meet als eerste stap het hele perceel op. Vaak is er wel een bouwtekening van de woning en kunt u vanuit het huis gaan meten. De gevelwand is meestal recht, met het zogenaamde ‘doorzichten’ krijgt u een rechte lijn in de tuin. U maakt de rechte lijn van de gevel langer door stokken of latten in de tuin te zetten. Eén persoon kijkt langs de gevel, de ander zet de stokken op de juiste plek in de zichtlijn. Door de stokken met een touwtje te verbinden heeft u een rechte lijn. Zet op een vaste afstand van deze lijn parallelle lijnen, bijvoorbeeld om de vier meter (of om de twee meter voor een kleine tuin). 

Vervolgens is het nodig om haaks op deze uitgezette lijnen dwarslijnen te maken, ook met een tussenruimte van vier meter. Gebruik indien mogelijk de gevel om lijnen met een rechte hoek te maken. Maak een bouwhaak met een rechte hoek van drie aan elkaar gespijkerde latten Of maak een rechte hoek met touwtjes door drie touwtjes met een lengte van drie, vier en vijf meter (of korter maar wel in de verhouding 3:4:5) aan elkaar te knopen. De hoek tussen touwtje drie en vier is dan altijd 90 graden. Zet twee paaltjes in de grond op de bestaande basislijn, afstand vier meter. Leg het touw er zo omheen dat de knopen precies om de paaltjes komen. Sla het derde paaltje op de plek van de derde knoop, waardoor het haaks staat op de zichtlijn. U heeft nu de eerste haakse lijn, die u ook kunt verlengen met doorzichten.

Het terrein is nu opgedeeld in vakken van vier bij vier meter (in een kleine tuin 2 x 2 meter), die u kunt overnemen op milimeterpapier. Vanuit dit raster van lijnen kunt u alle tuinonderdelen inmeten. Maak eerst een kladtekening, waarop alle maten worden genoteerd, en teken daarna alles over op schaal (eventueel in de computer). Een goede schaal voor grote tuinen is 1:100 (1 cm op papier is een meter in de tuin), voor kleine tuinen 1:50 (2 centimeter op papier is een meter in de tuin) en voor details 1:20 (5 centimeter op papier is een meter in de tuin).

Lees hier hoe u kunt spelen met hoogteverschillen in uw tuinontwerp. 

Geschreven door Modeste Herwig, exclusief voor Directplant.