Verbeter uw grond voordat u gaat planten. Bepaal eerst wat voor grondsoort u heeft en ga dan pas aan de slag. 

U kunt tuinieren wat u wilt, maar als de grond niet geschikt is voor uw planten dan zal het nooit wat worden. Gaat het later niet zo goed met de planten, dan is de oorzaak heel vaak terug te voeren op een slechte voorbereiding van de grond. Moet de bodem alsnog in orde worden gebracht dan brengt dit veel kosten met zich mee.

Goede grond

Voor u gaat planten moet dus eerst de bodem in optimale staat worden gebracht. Het is meestal goed om oude, verteerde (koe)mest, compost of bladaarde door de bodem te werken. Ligt de grond erg laag, dan kan het nodig zijn om een drainage aan te brengen om te voorkomen dat uw tuingrond te nat wordt. Wilt u bomen kweken, dan moet het grondwater toch minstens 60-80 cm onder de oppervlakte blijven.

Voedingsstoffen toevoegen

Het is altijd goed om een grondanalyse te laten maken. U kunt dan zien of de bodem voldoende humus bevat en welke voedingsstoffen onvoldoende aanwezig zijn. Die kunt u dan toevoegen.
Is de bodem in uw tuin over het algemeen niet al te slecht dan kunt u volstaan met het maken van plantgaten. In die gaten wordt de grond dan los gespit en verbeterd. Maak een plantgat niet te klein! Bijvoorbeeld voor een roos 60 x 60 en 80 cm diep en voor een kleine boom 150 x 150 en ook 80 cm diep.

Grondverbetering per grondsoort

a. Schrale zandgrond: humus toevoegen (verteerde mest, compost, bladaarde, veengrond) en op zure grond kalk.
b. Kleigrond: goed losspitten, kalk geven, zoveel mogelijk humus en eventueel ook grof zand toevoegen.
c. Veengrond: is meestal zuur, zuurminnende gewassen kiezen.
d. Opgespoten terreinen: vooral humus (compost) en stalmest toevoegen.
e. Zavelgronden: vooral extra humus toevoegen.

Lees meer over het bepalen van uw grondsoort