Vanaf half oktober kunnen de eerste nachtvorsten verwacht worden, voor die tijd moeten de kuipplanten en andere niet-winterharde planten naar binnen.

Exoten zet u in de winter binnen

Ga niet zomaar met zware potten en kuipen sjouwen, maar regel een steekkarretje of een sterke tuinvriend(in). Zet de planten bij voorkeur in een koele (tussen de 5 en 15 °C) ruimte, zoals een deel van de schuur, een lichte hal, koele serre, bijkeuken of (verwarmde) kweekkas. 

Bladhoudende soorten hebben licht nodig, bladverliezende planten kunnen in een donkere ruimte opgeslagen worden. Knip lange takken eventueel af om ruimte te besparen. Houd de potgrond matig vochtig, met een thermometer kunt u de temperatuur bijhouden. Het is belangrijk om de planten regelmatig te controleren. Is de potkluit uitgedroogd, wordt het blad bruin of zijn er misschien luizen aanwezig?

Meestal is er geen ideale overwinteringsruimte te vinden, maar sterke soorten overleven het wel. Knip ze in het voorjaar sterk terug en ze groeien met een goede verzorging weer uit tot een fraaie plant.

Kuipplanten controleren 

Als u zelf kuipplanten overwintert is het nodig de planten gedurende de winterperiode goed te controleren. Omdat de overwinteringsruimte niet ideaal is kunnen er ziektes voorkomen. Witte vlieg of luizen zijn lastige belagers. Deze diertjes kunt u met biologische middelen te lijf gaan. Bestrijding in een vroeg stadium geeft het beste resultaat. 

De overgang van buiten naar binnen heeft vaak bladval tot gevolg en bladverliezende soorten worden helemaal kaal. Ruim het afgevallen blad regelmatig op en verwijder ook eventueel aangetast blad. Zo voorkomt u ziekten en schimmels. Probeer zoveel mogelijk te luchten, een ventilator kan hier eventueel bij helpen.

Controleer ook de potkluiten, de aarde mag zeker niet te nat zijn (om rotten te voorkomen), maar de kluit mag ook niet uitdrogen. Een vochtmeter kan helpen bij het bepalen van de vochtigheid van de aarde.

Bekijk hier al onze exotische planten in het sortiment.