Een wilde roos is een rozensoort die in het wild groeit. Deze rozensoorten zijn dus niet door de mens gekweekt, maar komen van nature voor in onder andere China en andere landen in het Verre Oosten. Ze worden ook wel botanische rozen genoemd.

Soorten wilde rozen of botanische rozen

Voorbeelden zijn de:

In Nederland is de wilde duinroos (Rosa pimpinellifolia) bijvoorbeeld een inheemse soort.

Voorouder van de tuinroos

De wilde rozen worden gebruikt om nieuwe rozen mee te kweken, het zijn de voorouders van de veredelde rozen. Van Rosa rugosa zijn overigens ook kweekvormen, zoals de wit bloeiende ‘Alba’ en ‘Robusta’ met rode bloemen. Gekweekte rozen worden vaak geoculeerd op een onderstam van een wilde roos omdat de groeikracht van een wilde roos sterker is.

Lees hier meer over: wilde scheuten bij veredelde rozen

Wilde roos

Vijf bloemblaadjes

Wilde rozen hebben vaak enkele bloemen, niet gevuld dus. De bloemen bestaan uit vijf bloemblaadjes, het dikke hart met gele meeldraden is goed te zien en trekt veel insecten aan, zoals bijen. De bloemen zijn te bewonderen vanaf eind mei tot in juni. De bloei is eenmalig en dus wel korter dan bij gekweekte (veredelde) rozen. Het leuke van wilde rozen is echter dat er na de bloei oranje of rode bottels groeien, heel decoratief en bovendien eetbaar. Vanwege de vracht aan bottels worden wilde rozen ook wel bottelrozen genoemd. Knip bij wilde rozen dus niet de uitgebloeide bloemen weg, want dan zullen er geen bottels aan de takken groeien. De bottels zijn lekker voor vogels, of wij kunnen ze zelf verwerken. 

Wilde roos in de tuin planten

Wilde rozen zijn erg sterk en heel makkelijk te kweken. Zorg wel voor een zonnige plek en vruchtbare grond. De meeste wilde rozen groeien uit tot een forse struik met een losse, natuurlijke groeiwijze. Ze hebben dus de ruimte nodig. Maar er zijn ook soorten die vrij laag blijven en in een kleine tuin kunnen groeien. Botanische rozen zijn ook heel geschikt om een haag van te maken, of verwerk ze in een gemengde wilde haag.

Ga direct naar het haagpakket met wilde rozen in een lage ondoordringbare haag of in een hoge ondoordingbare haag

Wilde rozen snoeien

Het snoeien van wilde rozen is anders dan bij gekweekte rozen. Veel soorten bloeien namelijk op takken die het jaar daarvoor gevormd zijn. Snoei wilde rozen daarom in de zomer, na de bloei. Een lichte snoei is voldoende, het gaat vooral om het verjongen van de wilde roos. Haal dood hout en kruisende takken weg. Verwijder zonodig een of twee oude takken uit het hart van de rozenstruik, snoei ze vlak boven de grond af. Zo wordt de struik gestimuleerd om nieuwe scheuten te maken.

Lees hier meer over het snoeien van alle andere rozen

Eetbare bottels van wilde rozen

Alle rozenbottels zijn eetbaar, maar rauw zijn ze niet lekker. Het vruchtvlees moet eerst gekookt worden. Van de bottels kun je wijn, jam, chutney, coulis en siroop maken. De bottels van Rosa rugosa zijn heerlijk! Pluk de rozenbottels het liefst zonder steeltje en snij het kroontje van de rozenbottels. Snij de vrucht in twee helften en schraap het vruchtpluis eruit. De fijne haartjes moeten helemaal verwijderd worden. De schoongemaakte halve rozenbottels zijn ook goed te drogen of in te vriezen. Ze zijn dan heerlijk én gezond in de thee. 

Lees hier meer over bottelrozen of rozenbottels

Rozenbottels

Bekijk al onze struiken in de webshop

Tekst: Modeste Herwig