De krokus is een vroege voorjaarsbloeier en zie je meestal in wit, geel en paars. U kunt klein- of grootbloemige krokussen planten. Dit knolgewasje verwildert en hoeft u niet na de bloei uit de grond te halen.

Krokus is een bekend knolgewasje en een van de vroegste bloeiers. Krokus wordt veel toegepast, vaak in kleurige mengsels. Ze zijn prachtig in borders en perken, maar staan ook erg mooi in een pot. De eerste bloemen verschijnen vaak al in februari en de bloei gaat door tot eind maart. Als u verschillende soorten kiest dan kunt u de bloei verlengen tot mei. Krijgt u niet genoeg van krokussen, dan is er ook nog de herfstkrokus.

Soorten krokussen

Er zijn kleinbloemige krokussen en grootbloemige krokussen in blauw, geel, paarstinten en wel en niet gestreept.

  • Heel mooi is de grootbloemige boerenkrokus, Crocus tomassinianus, met fijne lichtviolette bloemen en opvallende oranje meeldraden en stamper.
  • ‘Ruby Giant’ heeft grotere bloemen in een donker violette tint.
  • Onder de grootbloemige soort valt ook de mammoetkrokus – er is zelfs een blauwe soort. De mammoetkrokus wordt 10-12 centimeter hoog en bloeit later dan de andere krokussen, namelijk van maart tot mei.
  • In een botanische mix vind je verschillende kleuren van groot- of kleinbloemige krokussen.
  • Wil je ook in het najaar krokussen, kies dan voor de paarsbloeiende saffraankrokus (Crocus sativus) of roze herfstbloeiende Crocus zonatus.

Planten van krokus

De regel voor bloembollen is dat je ze twee tot driemaal zo diep plant als de knol of bol groot is. Een grotere bol zoals die van de mammoetkrokus, plant u dieper dan de bol van de kleinbloemige botanische krokus. Deze kleine krokusknolletjes plant u circa 5 cm diep. Voorjaarsbloeiende bloembollen plant u van half september tot aan half december. Herfstbloeiende krokussen plant u van augustus tot eind september; deze bloeien het volgende najaar.

Krokus laten verwilderen

Krokussen komen elk voorjaar weer op en lenen zich uitstekend voor verwildering, vooral de botanische soorten en Crocus tomassinianus. Ze kunnen zich bijvoorbeeld uitbreiden tussen lage bodembedekkers, onder heesters of in het gazon. Dit knolgewasje vermeerdert zichzelf, maar u kunt wel een handje helpen. Graaf elk jaar direct na de bloei een aantal polletjes op. Deel ze in kleinere stukken en plant ze weer op diverse plekken in de tuin. Door dit elk jaar te doen krijgt u steeds meer krokussen. Het blad is smal en verdwijnt al snel, daar heeft u in de zomer verder geen last meer van. Als de knolletjes in het gazon staan, kunt u pas maaien als het loof is afgestorven.

Wilt u nog eerder bloeiende voorjaarsbollen in de tuin? Kies dan naast krokusbolletjes ook voor sneeuwklokjes.